Toerisme en economie

Toerisme
Tot de val van Ceauşescu in 1989 was het vrijwel onmogelijk om Roemenië binnen te komen. Toerisme bestond bijna niet.
Omdat Roemenië zo geïsoleerd was, is het land nagenoeg onbedorven gebleven. Alleen de kust aan de Zwarte Zee heeft enig toerisme van betekenis. Hier en daar komt het een beetje op gang, maar er is geen sprake van grootschalige toeristische ontwikkeling. Dat is enerzijds jammer want het land heeft heel veel te bieden: prachtige natuur met de grootste populatie beren, wolven en lynxen van Europa, bergen en uitgestrekte landschappen, mooie steden en oude kloosters en een heel vriendelijke bevolking. Anderszijds maakt de gebrekkige toeristische ontwikkeling Roemenië een land dat nog ontdekt kan worden. Een land voor avonturiers. Liefhebbers van een bijzondere vakantie kunnen in Roemenië hun hart ophalen.

Economie
Voor de revolutie van 1989 was de bevolking al helemaal uitgeknepen door de politiek van Ceauşescu om de buitenlandse schulden in verhoogd tempo af te betalen uit angst voor een ‘Wende’. Sindsdien is de situatie zeker op het platteland er niet veel beter op geworden ondanks het lidmaatschap van de EU. Er blijft veel geld ‘hangen’ in Boekarest waar de politieke macht zetelt van dit centraal geleide land. Dankzij West-Europa zijn er genoeg tweede-hands kleren, te koop in de vele ‘secondhand-shops’. Meestal worden deze geleid door de burgemeester of een priester bij wie de gulle gevers hun spullen in goede handen achtten.
Roemenië is één van de armste landen van Europa. Een modaal inkomen ligt rond de 400 euro. Wel hebben veel mensen, zeker op het platteland een eigen huis en veelal zonder hypotheek.
Na 1989 ontstond een soort machtsvacuüm in welke tijd handige lieden zich extreem hebben verrijkt. Het land was immers communistisch en niemand wist meer wat van iemand was. Inmiddels probeert menigeen zijn onroerend goed terug te krijgen, maar de Roemeense regering maakt dat niet gemakkelijk en heft zware achterstallige belasting. Dit is natuurlijk de wereld op zijn kop: eerst afpakken en dan geld willen voor al die jaren dat je je eigendom niet had. Diegenen die het zich kunnen veroorloven dagen de Staat voor de rechter tot het Europese Hof aan toe. Degenen die geen geld hebben, laten het er vaak maar bij zitten.
Dat Roemenië een goedkoop land was, is met de komst van de EU wel teniet gedaan. Wel wil men natuurlijk zoals iedereen van alles hebben, vooral witgoed. Dat maakt dat alles hier op afbetaling te koop is, tot een videoband aan toe. Er is inmiddels ook van alles te krijgen en het aanbod wordt breeduit op TV uitgestald. Verrassend genoeg heeft werkelijk iedereen een televisie. Dat stamt nog uit de Ceauşescu-tijd want zijn propagandaprogramma was op die bereikbaarheid gebaseerd. Na al zijn juichspeeches ging om 10 uur ‘s avonds in het land het licht uit.
Tot 2000 was er in de winter geen verse groente te krijgen. Bij gebrek aan een diepvries weckte iedereen alles of bewaarde het in azijn. Vooral op het platteland vult men het karig bestaan aan met een eigen groententuin, een varken voor de slacht en kippen voor de eieren. Alles eco want geld besteedt men zeker niet aan kunstmest of bestrijdingsmiddelen.

Hout, bos, wijn en water
Op het platteland haalt men hout voor de verwarming en voor het koken uit het bos. Dit is hier goed geregeld. Je moet eerst onderhandelen met de plaatselijke boswachter en die wijst bomen aan die je mag kappen tegen een vooraf vastgestelde prijs. Zo’n perceel wordt direct weer herbeplant. Op illegaal kappen staan hoge boetes.

Roemenië is de grote groene long van Europa en bestaat voor een groot gedeelte uit woud waaronder ook nog veel oerbossen. In het zuiden is geen bos. Daar zijn enorme akkers waar je ‘s ochtends de tractor en combine ziet vertrekken en ‘s avonds weer ziet terugkomen en dan heeft hij één baan gedaan. Daar is ook de Donaudelta, een prachtig enorm natuurgebied, rijk aan vogels en vissen.

Het land kent erg veel minerale bronnen en evenzoveel soorten water worden op de markt gebracht. De was doet men in de rivier en veelal hebben de huizen een eigen bron. In de armere dorpen ziet men wel een bron die voor het hele dorp is bestemd. Deze geldt ook als ontmoetingsplaats. Bijna niemand op het platteland heeft een douche en de WC is een hokje achter in de tuin. In de stad heeft men vaak een toilet met een bril dat een kussentje is; een vreemde gewaarwording.
Er is ook veel wijnbouw. Roemenië is één van de grootste wijnproducenten ter wereld met zo’n 900.000 ton. De heerlijkste wijnen, waaronder ook zoetere varianten, vinden hun weg inmiddels ook naar de export. De zoete dessertwijnen kunnen de “Beaume de Venise” ruimschoots verslaan.