De mensen

Volksaard

De gemiddelde Roemeen is bijzonder vriendelijk en behulpzaam. Zeer gastvrij en nieuwsgierig. Vragen naar hoe oud je bent en wat je verdient, zijn doodnormaal. Je kunt vrijwel altijd bij ze overnachten en je slaapt dan dikwijls in een kamer met een afbeelding aan de wand van Jezus en Maria in schreeuwende kleuren. Geen douche, de wc in de tuin en eerst iets betalen anders kunnen ze geen ontbijt geven, behalve hun eigen eitjes en melk. De mensen zijn zeer ontspannen. Zich druk maken hebben ze immers niet geleerd en hun arbeidsproductiviteit ligt laag, maar ze maken wel veel uren. Ze hebben hier ook een verklaring voor : ”Zo lang de baas denkt dat hij betaalt, denk ik dat ik werk”.

In een land waar op een gegeven moment zoveel armoede was en iedereen elkaar controleerde, was het bijna niet mogelijk om te overleven zonder enig vernuft. Hier geldt “als ik wat voor jou kan doen, doe jij het de volgende keer voor mij”. Een dienst voor een wederdienst. Daarom helpen mensen elkaar altijd, want je weet maar nooit wanneer je de ander nodig hebt. Onbaatzuchtige vriendschappen zijn hier pas na vele jaren van elkaar vertrouwen geven, te sluiten. Ook hier geldt de geschiedenis van de Securitate, de communistische veiligheidsdienst van Ceaucescu waarvan het hele land, hele families en veel zogenaamde vriendschappen doordrongen waren.
De wederdiensten van politici zijn het ergst, zowel in de EU als in Boekarest. Maar dan hebben we het over corruptie zoals dat in onze idée bestaat.

Veiligheid

Ondanks de reputatie van Roemenen is Roemenië een veilig land. Criminaliteit is er, behalve de gebruikelijke zakkenrollers in de grote steden en kruimeldiefstallen, nauwelijks. Ook daarmee kun je trouwens humor beleven. Toen wij in Mamaia waren, hèt toeristisch centrum van Roemenië aan de Zwarte Zee, probeerde iemand Huib zijn portemonnee te stelen. Huib drukte zijn kont zo hard tegen de auto aan waar hij tegen aan stond geleund, dat de man het uitkraaide van pijn. Erna volgde een gesprekje. “Het spijt me meneer, het was niet persoonlijk bedoeld”, waarna beide heren met een handdruk afscheid namen. Dit was in 2000, misschien is iedereen die iets kwaads in de zin heeft inmiddels wel naar het buitenland vertrokken. Roemenen schamen zich erg voor hun roep in het buitenland en schrijven de criminaliteit in het buitenland vaak toe aan Zigeuners en de Maffia, iets waar ze misschien niet ongelijk in hebben. Er zijn wetsvoorstellen geweest om de Roma voortaan als Zigeuners te betitelen omdat het teveel verwarring zou scheppen met “Roemeen”. Deze voorstellen hebben het niet gehaald.
Er is veel blauw op straat. Trok vroeger in zijn vrije tijd een agent nog wel eens zijn dienstpak aan om wat aan hardrijdende automobilisten bij te verdienen, tegenwoordig gaat dat allemaal per computer en is er dus niet veel meer om met de politie te onderhandelen. Diezelfde agent gaat gelukkig wel op zoek naar de eigenaar wiens kudde je grasland heeft kaalgevreten.